Berghain is Bowie op zijn Diamond Dogs

0

Ik beken, ik was een Berghain-virgin. Ik had de Berlijnse club, die intussen al zijn 10e verjaardag achter de rug heeft, nog nooit bezocht.  Tot ik dus op zondagmorgen 7 februari 2016 die immense stalen trap opging van dat massieve betonnen gebouw om in een club terecht te komen zoals ik er nooit één heb meegemaakt. Ik ben er gebleven van 11 uur ’s morgens tot maandagnacht 1 uur.  Het was een 14 uur van thuisvoelen in een club die ik mijn leven lang heb gezocht en waarvan ik zelfs niet wist dat hij bestond.

Hoe moet je die club eigenlijk beschrijven? Eerst dacht ik dat het onmogelijk in woorden te vatten was, dat het mij te diep emotioneel, en zelfs existentieel trof. En dan drongen de woorden toch binnen, dwars doorheen al die fantastische techno van Russel, Konstantin en Funktion, tussen die beats door die uit dat ongelooflijke Funktion one sound system denderden, midden al die mooie dansende freaks, soms half man, soms half vrouw.  Daar was die ene gedachte die voor mij Berghain in één zin wist te vatten: Berghain is Bowie op zijn Diamond Dogs.  Hoe ongelooflijk thuis zou Bowie  zich hier gevoeld hebben in die verwarrende club. Ik dacht aan de die openklappende cover van zijn Diamond Dogs album waarop Bowie  half man, half hond neerligt met naast hem enkele vrouwelijk half mens/half honden.  En ik dacht ook aan dat ene nummer, met die hemelse gitaarriff, die maar blijft dat nummer pompend voorstuwen.  Rebel Rebel heet dat nummer, waarin de halfhond en halfgod Bowie zo ongelooflijk mooi het lelijke, of beter het onaangepaste verheerlijkt:

You’ve got your mother in a whirl
She’s not sure if you’re a boy or a girl

Hey babe, your hair’s alright
Hey babe, let’s go out tonight
You like me, and I like it all
We like dancing and we look divine
You love bands when they’re playing hard
You want more and you want it fast
They put you down, they say I’m wrong
You tacky thing, you put them on

Rebel Rebel, you’ve torn your dress
Rebel Rebel, your face is a mess
Rebel Rebel, how could they know?
Hot tramp, I love you so!

(Bowie, Rebel Rebel)

Dat is Berghain. Waar iedereen, mooi, lelijk, klein, groot, dwerg, dik, dun, zich thuisvoelt en onvoorwaardelijk aanvaard wordt. Ik heb ooit een blogpost geschreven, na het ‘Felix the Housecat-geweigerd-verhaal’, waarin ik de selectie aan de deur met de grond gelijk had gemaakt.  Ik besef nu meer dan ooit dat ik zo ongelooflijk ongelijk had. De selectie aan de deur zorgt ervoor dat mensen die in de échte wereld als freaks worden aangestaard hier nu, binnenin de club, eindelijk eens ongestoord en onvoorwaardelijk zichzelf kunnen zijn. De toeristen die op hun bucketlist Berghain op XTC’ staan hebben, en toch door de mazen van het genadeloze portiersnet zijn geglipt, kun je er zo uithalen. Ze spreken je aan op zoek naar XTC, of staan de mensen scheefbekkend te bekijken alsof ze in een zoo zijn beland. Ze dansen niet, ze genieten niet, ze flippen gewoonweg om wat ze zien, en verlangen dat die nachtmerrie voorbij is om alles thuis te gaan rapporteren. Rapporteren over de ongehoordheid van die mensen, over de onaangepastheid, over de andersheid.  In de club voelden de bucketlisttoeristen zich waarschijnlijk behoorlijk Unheimlich, of ‘niet-thuis’, zoals de Duitse filosoof Heidegger het zo mooi wist te formuleren.

Berghain is de plaats waar Bowie zich helemaal niet Unheimlich zou hebben gevoeld, en ook Lou Reed niet met al zijn walk on the wild side freaks: Holy, Candy, Little Joe en Sugar Plum en Jackie, samen met Ziggy Stardust en Jean Genie en die Rebel met zijn of haar messy face, allemaal lopen ze daar gelukkig thuisgekomen rond. Misschien wel samen ook met Thom Yorke van Radiohead.  Die zou zich in zijn zoektocht in Berghain perfect thuisvoelen, als je hem hoort zingen over zijn normale leven.

But I’m a creep
I’m a weirdo
What the hell am I doing here?
I don’t belong here

(Radiohead, Creep)

Welkom weirdo creep.  En Rammstein zou zich daar ook best goed voelen, samen met Antony Hegarty al dan niet met zijn Johnsons en Amanda Lear en Boy George en Andy Warhol en Sid Vicious met zijn Nancy Spungen, en natuurlijk Ian Curtis.  Thuis in Berghain, in Berlijn, even zich geen creeps en freaks voelend, even niet aangestaard worden door de andere medemensen.

Veel meer kan ik  eigenlijk niet zeggen over deze club, buiten misschien het feit dat de no picture policy ook zalig was. Eindelijk keken de mensen niet allemaal, zich schichtig afwendend van de anderen, naar hun lichtbakje, maar wel naar elkaar.  Er was -mijn god- zelfs echte communicatie mogelijk in die club. Je kon een gesprek aanknopen met wildvreemden en je werd aangesproken door vriendelijke wildvreemden.  Je zag er geen smartphones, en dat was bevreemdend bevrijdend.  En als ‘freak’ wist je tenminste dat je de volgende dag niet op 100 facebookpagina’s compleet werd afgekraakt.

En moet ik niets zeggen over de drugs? Tja, die waren er ook. Et alors? We all know Major Tom’s a junkie, maar buiten die zichzelf verradende scheefbekkende toeristen, zie je niemand echt over de schreef gaan. Berghain is een plaats waar duizenden creatieve mensen samenkomen en waar tegenculturen en subculturen zich kunnen ontwikkelen.  Waar de Bowies en Reeds en Andy Warhols van  morgen zitten. En daar horen dan soms drugs bij.  Het is een club waarvoor ik de gezagdragers van Berlijn wil bedanken om zoiets toe te laten, hen wil bedanken om het ongewone een plaats te geven en om in te gaan tegen de ‘mainstream allemaal gelijk-glad cultuur.’ Had er hier maar één stad in België het lef om het belang van het voeden van een tegencultuur in te zien. We zouden er ons thuis voelen en fier op zijn.

Schets ik hier nu een te romantisch beeld van Berlijn en Berghain?  Nee, zeker niet. Berlijn is door zijn openheid best wel een gevaarlijke stad, of beter een stad waar het gevaarlijk mis kan lopen.  Een vriendin, die er nu al een paar maanden woont, zei me dat het moeilijk ‘vaste’ vrienden maken is, dat iedereen precies zoekende is in Berlijn. Maar die openheid is ook heel bevrijdend en Berlijn ontvangt creativiteit duidelijk met open armen en een open geest.  Als je die ingesteldheid hebt, als je open staat voor zoekende mensen, freaks of geen freaks,  dan  voel je je thuis in Berlijn en in Berghain. Trouwens, dat die portiers aan die Berghaindeur soms onterecht mensen weigeren kan ik me best voorstellen. Het is een klotejob, en waarschijnlijk hebben ze de ingesteldheid van ‘beter iemand te veel te weigeren’ dan ‘iemand te weinig te weigeren.’  Missen is menselijk…

Ik eindig met de lyrics van twee andere mensen, aan wie ik ook moest denken tijdens mijn Berghain-trip, en die zich daar ook meer dan thuis zouden hebben gevoeld: Alan Vega en Martin Rev.  Twee  New Yorkers, die met hun band Suicide in 1977 eventjes toonden hoe verwrongenheid en lelijkheid best wel heel mooi kan zijn. Veel mooier dan die gladde muziek uit de jaren 70-80-90-00-10 die we intussen al lang vergeten zijn. Het is een boodschap aan alle zoekenden hier, in Berlijn, in Berghain en overal ter wereld:

Dream baby dream
Come on baby you gotta keep those dreams burnin’
Keep those dreams baby
Dream baby dream
Dream baby,dream baby,
Dream baby, dream baby
Forever…

(Suicide, Dream baby Dream)

Berghain - We love Events

This post is also available in: Engels

Share.

Comments are closed.